Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van
de ernst van de overtreding,
de mate van verwijtbaarheid,
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of
de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,
boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is.
2.Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Matiging
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Weststellingwerf 2013