Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

─ Tekortschietend besef met gevolgen

Onderdeel van Maatregelverordening 2013

Tekortschietend besef is niet opgenomen in de IOAZ en IOAZ. Alleen de WWB kent deze bepaling. Het gevolg hiervan is dat er alleen een maatregel opgelegd kan worden voor tekortschietend besef binnen de WWB en dus niet binnen de IOAW en IOAZ. Aan de WWB ligt het beginsel ten grondslag dat een ieder in eerste instantie in zijn eigen bestaan(skosten) dient te voorzien. Pas wanneer dat niet mogelijk is, kan men een beroep doen op bijstand. Hoofdregel is dus dat iedereen alles zal moeten doen en nalaten om een beroep op bijstand te voorkomen. Leidt een gedraging ertoe dat belanghebbende eerder, langer of voor een hoger bedrag is aangewezen op bijstand, dan is veelal sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Hiervan is in ieder geval sprake bij de volgende gedragingen (als die er toe leiden dat belanghebbende eerder, langer of voor een hoger bedrag is aangewezen op bijstand): het onverantwoord besteden en/of te snel interen van vermogen; het niet nakomen van de verplichting tot instellen alimentatievordering. het door eigen schuld verliezen van het recht op een uitkering; het door eigen schuld niet of te laat aanvragen van een voorliggende voorziening. Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid is een gedraging die ook zou kunnen worden gekwalificeerd als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Vanwege de samenhang met de arbeidsverplichtingen is er echter voor gekozen deze gedraging onder te brengen in artikel 6 van deze verordening (zie artikel 8 lid 3 onderdeel b). Op grond van artikel 10 van deze verordening kan een verlaging worden opgelegd wegens het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in de hoogte van het benadelingsbedrag. Dat is in dit geval het gedeelte van de uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt gedaan. De maatregel voor tekortschietend besef wordt afhankelijk gesteld van het aantal maanden dat er te vroeg een beroep op bijstand wordt gedaan. De optelsom van de uitkering over deze maanden is het zogenoemde benadelingsbedrag. Naast het opleggen van een maatregel wordt de uitkering, over de maanden dat er te vroeg een beroep op bijstand wordt gedaan, verstrekt in de vorm van een lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel