Naar hoofdinhoud
Voor het verstrekken van een sportvoorziening gelden de volgende voorwaarden: De sportvoorziening wordt niet vaker dan eens in de drie jaar verstrekt. De ondersteuningsaanvrager moet lid zijn van een sportvereniging of anderszins intensief met een sportgerelateerde activiteit bezig zijn. Het verstrekken van de voorziening moet een expliciete bijdrage leveren aan het “leven van alledag”. Indien een aanvraag wordt ingediend voor een sportvoorziening dan is lid 3 van dit artikel doorslaggevend. Voorbeeld: Een zit-ski, waarvan men 1 maal per jaar tijdens de wintersport gebruik maakt, voldoet niet aan het gestelde criterium “leven van alledag”. Iemand die al jaren tot aan het moment dat er een handicap of beperkingen ontstaan dagelijks in een overdekte ski-hal de sport beoefent en daarmee een invulling geeft aan het “leven van alledag” zou worden beperkt in het “leven van alledag” wanneer er geen zit-ski wordt verstrekt. Het moge duidelijk zijn dat het dus gaat om uitzonderlijke situaties.

Rechtspraak bij dit artikel