Bij een Pgb voor een vervoersvoorziening genoemd in artikel 5.1 lid 3 onder a Viv is de volgende werkwijze (in aanvulling op de artikelen 2.3, 2.4 en 2.6 Biv) van toepassing.
Aan de hand van het programma van eisen uit het advies van de door de gemeente aangewezen externe adviserende instantie worden de noodzakelijke aanpassingen vastgesteld.
De ondersteuningsaanvrager laat aan de hand van de lijst met noodzakelijke aanpassingen twee offertes opstellen.
Na ontvangst van deze offertes wordt het Pgb door de gemeente vastgesteld en aan de ondersteuningsaanvrager toegekend.
Met de door de gemeente goedgekeurde offerte laat de ondersteuningsaanvrager zelf de aanpassingen uitvoeren.
Wanneer de factuur is ontvangen van de leverancier, die de aanpassing heeft uitgevoerd, dient de ondersteuningsaanvrager deze in bij de gemeente.
Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan de door de gemeente goedgekeurde offerte, komen de meerkosten volledig voor rekening van de ondersteuningsaanvrager.
De afdeling Sociale Zaken en Welzijn kan een eindcontrole laten uitvoeren waarbij gekeken wordt of de aanpassingen van het vervoermiddel heeft plaatsgevonden conform de goedgekeurde offerte.
De minimale levensverwachting van de auto moet 7 jaar zijn en de auto mag niet ouder zijn dan 10 jaar.
Voor een voorziening in natura (artikel 5.1 lid 2 onder a Viv) geldt dezelfde procedure met dien verstande dat de gemeente rechtstreeks aan het bedrijf waar de aanpassing is uitgevoerd, betaalt.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
– Werkwijze autoaanpassingen
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Nuenen c.a. 2014