Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

– Werkwijze financiële tegemoetkomingen

Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Nuenen c.a. 2014

Bij een financiële tegemoetkoming voor een vervoerskosten genoemd in artikel 5.1 lid 4 Viv is de volgende werkwijze (in aanvulling van artikel 2.6 Biv) van toepassing. Er wordt een onderzoek gedaan in hoeverre de ondersteuningsaanvrager in zijn eigen vervoersbehoefte kan voorzien. Vervolgens wordt de medische noodzaak onderzocht, eventueel door een door de gemeente aangewezen externe adviseur. Het primaat ligt bij het CVV. Er zal in eerste instantie een beoordeling plaatsvinden of de ondersteuningsaanvrager gebruik kan maken van het CVV. Wanneer de ondersteuningsaanvrager om medische redenen géén gebruik kan maken van het CVV, kan een financiële tegemoetkoming worden toegekend. De toe te kennen financiële tegemoetkoming kan bestaan uit één van de in de onderstaande tabel genoemde bedragen. Per jaar: Per kwartaal: Auto/Taxi € 1.045,15 € 261,29 Rolstoel taxi € 1.566,08 € 391,52 Bruikleenauto € 674,25 € 168,56 De hoogte van de financiële tegemoetkoming genoemd in lid 3 wordt verlaagd met 25% wanneer; de partner van de ondersteuningsaanvrager in het bezit is van een financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening; de ondersteuningsaanvrager ouder is dan 11 jaar en jonger is dan 15 jaar. De hoogte van de financiële tegemoetkoming genoemd in lid 3 wordt verlaagd met 50% wanneer de ondersteuningsaanvrager ouder is dan 3 jaar en jonger is dan 12 jaar. De hoogte van de financiële tegemoetkoming genoemd in lid 3 kan worden verlaagd wanneer de ondersteuningsaanvrager een aantoonbare lage vervoersbehoefte heeft. Wanneer de ondersteuningsaanvrager jonger is dan 3 jaar wordt geen voorziening toegekend. De financiële tegemoetkoming wordt steeds toegekend voor maximaal 5 jaar bij gelijkblijvende wet- en regelgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel