Als het parlement akkoord gaat, verdwijnen de huidige 26 politiekorpsen en komt er één landelijk korps terug. Het landelijk korps zal bestaan uit tien regionale eenheden en één of meer landelijke eenheden, zoals nu bijvoorbeeld de Nationale Recherche. De tien regioburgemeesters krijgen een bijzondere rol.
Het gezag over de politie wijzigt niet. De burgemeester blijft net als nu de politie aansturen bij het handhaven van de openbare orde en hulpverlening in zijn gemeente. De officier van justitie stuurt de politie onverkort aan bij de opsporing. Maar het landelijke korps komt onder verantwoordelijkheid te staan van de minister van Veiligheid en Justitie.
Een nieuwe functionaris in het politiebestel is de regioburgemeester. Dat is de burgemeester van de gemeente met het hoogste aantal inwoners in een van de tien regionale eenheden. Hij of zij heeft een bijzondere rol bij het vaststellen van het regionale beleidsplan.
Het wetsvoorstel beoogt intussen ook de positie van de gemeenteraad te versterken. In de wet wordt expliciet vastgelegd dat de burgemeester verantwoording aflegt aan de raad over de uitoefening van zijn gezag over de politie. Ook zal de raad worden gehoord over het ontwerpbeleidsplan op regionaal niveau. Minister Ivo Opstelten hoopt en streeft ernaar dat het wetsvoorstel voor 1 januari 2012 in werking kan treden.
7 Wettelijke kaders
Artikel Nationale politie
Artikel Nationale politie
Onderdeel van Integraal Veiligheidsbeleid 2011-2014 Gemeente Nuenen c.a.