Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering gemeente Westerveld 2013 en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990.
1.1.Inleiding
Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk (hierna: Rijksleidraad) bevat de Leidraad Invordering gemeente Westerveld enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen.
Bij de opmaak van de gemeentelijke leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk hebben wij bepalingen toegevoegd of aangepast aan de gemeentelijke situatie.
Opzet van de Leidraad
Voor de indeling in artikelen en subartikelen is aangesloten bij Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente. Bij diverse artikelen en onderdelen treft u dan ook de opmerking aan: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente’. Dit hebben wij gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden.
Vanwege de leesbaarheid gebruiken wij in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen’. Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen’. In de andere gevallen hebben wij gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen.
Wie stelt de Leidraad binnen de gemeente vast? Uit de wet blijkt niet wie binnen de gemeente de Leidraad moet vaststellen. De Rijksleidraad is vastgesteld door de staatssecretaris van Financiën. Het betreft hier een bevoegdheid die intern door de minister aan de staatssecretaris is overgedragen. Met de inwerkingtreding van de aanpassingswetgeving derde tranche Algemene wet bestuursrecht (1 januari 1998) wordt ‘de minister’ in de Gemeentewet vertaald met 'het college'. Wij stellen ons op het standpunt dat de Leidraad invordering gemeente Westerveld 2013 ertoe strekt het invorderingsbeleid te formuleren en te formaliseren. De Leidraad moet als zodanig worden vastgesteld door hetzij degene aan wie de bevoegdheid is geattribueerd, dat is de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen (artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet), hetzij degene onder wiens bestuursverantwoordelijkheid de bevoegdheid wordt uitgeoefend. De vraag in dit verband is of het college bestuursverantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de invordering of de gemeenteraad. Voor de gemeenteraad pleit dat dit orgaan de regels vaststelt (de organisatieverordening) op grond waarvan de aanwijzing van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen moet plaatsvinden. De daadwerkelijke benoeming van de betrokken ambtenaar vindt echter plaats door het college. Gelet op het voorgaande zouden zowel de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, het college als de gemeenteraad bevoegd zijn tot het vaststellen van beleidsregels betreffende de invordering. Wel zouden deze regels naar de mate waarin de afstand tot de uitvoering groter is, zich meer moeten beperken tot algemene aanwijzingen en algemene instructies. Alles afwegend gaat onze voorkeur uit naar het college als het bestuursorgaan dat de Leidraad vaststelt.
1.1.1.Lijst met gebruikte afkortingen
Afkorting
Omschrijving
.....................
......................................
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Awir
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
AWR
Algemene wet inzake rijksbelastingen
BW
Burgerlijk Wetboek
FW
Faillissementswet
MSNP
minnelijke schuldsanering natuurlijke personen
Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Sr
Wetboek van Strafrecht
Sv
Wetboek van Strafvordering
WSF
Wet Studiefinanciering 2000
WSNP
wettelijke schuldsanering natuurlijke personen
Wwb
Wet werk en bijstand
Definities
belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven;
belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet;
besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Wwb;
inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur;
ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent;
ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger;
particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt;
regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;
wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).
Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat.
1.1.3.Reikwijdte beleidsvoorschriften
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
1.1.4.Aansprakelijkgestelden en andere derden
De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken.
Hoofdstuk
Artikel 1
Inleiding en toepassingsgebied
Onderdeel van Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen Westerveld 2013