Het college kan een voorziening beëindigen dan wel intrekken:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep re-integratie;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.