Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.8

Voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend

Onderdeel van Subsidieverordening gevelverbetering Beeldkwaliteitsplan Groesbeek-centrum

1.. De subsidie wordt verleend, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, onder voorwaarde dat: de aangevraagde subsidie voor gevelverbetering of verbetering erfinrichting voldoet aan het door de raad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Groesbeek-centrum, dat wil zeggen dat het bouwplan voorafgaand aan de subsidieverlening positief moet zijn beoordeeld door de Gelders Genootschap; binnen 26 weken na de dag waarop het besluit tot verlening van subsidie aan de aanvrager is verzonden met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt en dit schriftelijk wordt gemeld aan burgemeester en wethouders; de werkzaamheden vóór 1 januari 2016 voltooid en gereed gemeld moeten zijn; aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen of organisatie toegang wordt verleend tot de werkzaamheden en inzage wordt verleend in de bescheiden en, zo nodig, gegevens worden verstrekt die betrekking hebben op de uit te voeren werkzaamheden; niet wordt afgeweken van een goedgekeurd, ingediend werkplan, behalve voor zover voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders is verkregen; indien de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger van een pand, waarvoor een subsidie is toegekend, binnen de termijn waarin werkzaamheden worden verricht waarvoor de subsidie is verleend, het pand vervreemdt, dient hij in de verkoopovereenkomst een derdenbeding op te nemen dat de verplichtingen van de verkoper ten aanzien van de toegekende subsidie doen overgaan op de koper van het pand; indien de rechthebbende, niet zijnde een eigenaar, van een pand waarvoor een subsidie is toegekend, binnen de termijn waarin werkzaamheden worden verricht waarvoor de subsidie is verleend, zijn recht overdraagt aan een ander, dient hij te garanderen dat de verplichtingen ten aanzien van de toegekende subsidie door degene aan wie hij zijn recht overdraagt worden overgenomen. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen afwijking van de in het eerste lid onder b genoemde termijn toestaan.

Rechtspraak bij dit artikel