Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
gemeentelijk vaarwater: de door de gemeente in beheer en onderhoud zijnde haven, uitmondende in de Delftse Vliet;
vaartuig: een drijvend lichaam, dat bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van een vaartuig bij grootste toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig, zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige meetbrief of daarmee gelijk te stellen document;
ton: een massa van 1.000 kilogram;
e.verblijf: het in artikel 2 bedoelde gebruik;
reis: het binnenkomen in gemeentelijk vaarwater, gevolgd door een ononderbroken verblijf van ten hoogste zeven dagen;
dag: een tijdvak van 24 uur, aanvangende te 00.00 uur;
kwartaal: een kalenderkwartaal.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegeld 2014