Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2014

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,00. 4.. Indien in de loop van het belastingjaar blijkt dat het aantal personen waardoor het perceel wordt gebruikt, wijzigt van twee of meer personen naar één persoon, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het verschil tussen het meerpersoonstarief en het eenpersoonstarief als er in dat jaar, na de wijziging van het aantal gebruikers, nog volle kalendermaanden overblijven waarin het perceel wordt gebruikt door één persoon, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,00. 5.. Belastingaanslagen van minder dan € 9,00 worden niet geheven. 6.. Voor de toepassing van het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als een belastingaanslag.

Rechtspraak bij dit artikel