**7.1.** Indien één of meer convenantpartners op grond van het Convenant handhavingsactiviteiten ondernemen, draagt de regionale eenheid van de politie die deelneemt aan het betreffende samenwerkingsverband er waar nodig zorg voor, dat voldoende capaciteit beschikbaar is voor de sterke-armfunctie, zodat de convenantpartners hun werkzaamheden veilig en ongestoord kunnen verrichten. Convenantpartners stemmen hun activiteiten waar zij verachten de sterke-armfunctienodig te hebben ruim van te voren af en geven de regionale eenheid van de politie die deelneemt aan het regionaal samenwerkingsverband RIEC voldoende gelegenheid om voor verantwoorde planning van de te verrichten werkzaamheden zorg te dragen. Daadwerkelijke besluiten over deze politie-inzet worden genomen door het bevoegd gezag zoals dit is geregeld in de Politiewet.
**7.2.** Bij het beletten en/of belemmeren van ambtshandelingen, het plegen van wederspannigheid en bij andere strafbare feiten (o.a. mishandeling en bedreiging) tegen één of meer medewerkers van een convenantpartner die werkzaamheden verricht op grond van het Convenant, wordt door politie en Openbaar Ministerie gehandeld overeenkomstig het Protocol Veilige Publieke Taak (Kamerstukken II………….)
**7.3.** De convenantpartners. De RIEC’s en het LIEC bevorderen dat wanneer hun medewerkers met één van de in het voorgaande lid genoemde strafbare feiten worden geconfronteerd, zij daarvan aangifte doen bij de politie. Daarbij kiest een medewerker domicilie ten kantore van de convenantpartner, of het RIEC dan wel het LIEC.
Artikel 7