Op grond van artikel 27 WWB kan het college de toeslag of de norm voor een alleenstaande (ouder) of gehuwden verlagen in verband met de woonsituatie. Hierbij vallen twee situaties te onderscheiden, namelijk de situatie waarin belanghebbende wel een woning bewoont maar waaraan geen woonkosten zijn verbonden en de situatie waarin belanghebbende in het geheel geen woning bewoont.
In de situatie waarin een belanghebbende een woning bewoont waaraan voor hem geen woonkosten verbonden zijn, bijvoorbeeld omdat iemand anders, denk daarbij aan de voormalige echtgenoot, deze voldoet, bedraagt de verlaging 20% van de gehuwdennorm.
In de situatie waarin een belanghebbende geen woning bewoont is bepaald dat de toeslag of de norm wordt verlaagd met 10%. Tegenover het ontbreken van kosten omdat geen woonruimte wordt aangehouden, staat dat dak- en thuislozen regelmatig kosten zullen moeten maken voor opvang. Daarom is ervoor gekozen een toeslag toe te kennen van 10% dan wel de norm (gehuwden) met slechts 10% te verlagen.
Paragraaf 5
Artikel 6
- Verlaging norm of toeslag wegens ontbreken woonkosten
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2013