1.De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de

benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat op het

tijdstip bedoeld in artikel 13 alle archiefbescheiden onverwijld in

een verzegelde envelop en gerubriceerd als “geheim” worden

overgebracht naar de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door

de gemeenteraad aangewezen archiefbewaarplaats.

2.De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de

benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in

het eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van

overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995

wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de

met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995

gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een

periode van 75 jaar.

3.De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de

benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle

overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde

bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.

4.De griffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een

afdoende vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het

afschrift van het vastgestelde verslag. Na het aftreden van de

burgemeester worden alle betreffende stukken door de griffier

vernietigd.