**1..** Een belanghebbende komt in aanmerking voor compensatie indien:
de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig (langer dan zes maanden) is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat.
de te verstrekken voorziening als de goedkoopst compenserende voorziening aan te merken is.
**2..** Geen individuele compenserende maatregelen vinden plaats indien:
de voorziening en/of de kosten van de voorziening voor belanghebbende algemeen gebruikelijk zijn.
er voor belanghebbende eerst in aanmerking te nemen beschikbare (wettelijke) voorliggende voorzieningen voorhanden zijn die voorzien in een adequate compensatie, waaronder mede worden verstaan huisgenoten die gebruikelijke zorg kunnen verlenen.
als de belanghebbende, vooruitlopend op de vaststelling van de noodzaak van compenserende maatregelen, kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan voor het bedrag van de kosten of verplichtingen en niet meer is na te gaan of deze maatregelen noodzakelijk waren en als goedkoopst compenserend aan te merken waren.
er voor belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt aangevraagd.
als belanghebbende de belemmeringen, die hij ondervindt, kan beperken of opheffen door het anders organiseren van het dagelijkse leven of het huishouden of door het anders inrichten van het huis.
het een voorziening betreft die al eerder krachtens deze verordening, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande verordening is gecompenseerd en waarvan het college oordeelt dat de getroffen maatregelen nog steeds adequaat zijn.
de verstrekte voorziening verloren is gegaan door verwijtbaar gedrag.
er een kortdurend participatieprobleem, minder dan zes maanden, is vastgesteld.
de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet in de gemeente Veenendaal heeft. Tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van een kamer van het hoofdverblijf bij tijdelijke bewoning in een instelling (zie artikel 10.2 verordening)
door het college wordt vastgesteld dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden genoemd in artikel 26.
het college geen beperking, chronisch, psychisch of psychosociaal probleem heeft vastgesteld dat de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie beperkt.
de voorziening invaliderend en/of antirevaliderend werkt.
de voorziening een therapeutisch doel dient.
Hoofdstuk 6.
Artikel 24.
Beperkingen
Onderdeel van Verordening Wmo compenserende maatregelen gemeente Veenendaal