Het college wijst een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht / cultuurhistorisch terrein aan op grond van artikel 3.1.6 lid 4 sub a van het Besluit ruimtelijke ordening, dat voorschrijft dat het bestemmingsplan moet voorzien in: “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”.