Zodra een zaak is aangewezen als gemeentelijk monument in de zin van art. 1 lid a sub 1, komt voor die zaak de status van art. 1 lid a sub 2 te vervallen.
Indien bij een zaak de status van art. 1 lid a sub 1 komt te vervallen, wordt de status van monument ex art. 1 lid a sub 2 (opnieuw) van kracht, tenzij er een onherroepelijke sloopvergunning ligt ingevolge deze verordening of een besluitvormingstraject anderszins heeft geleid tot een onherroepelijk besluit waarbij de monumentale waarden ondergeschikt zijn gebleken aan andere belangen.