Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Amstelveen”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 september 2013. ALGEMENE TOELICHTING De langdurigheidstoeslag De huidige langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 36 van de Wet werk en bijstand. Daarin is omschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor de toeslag. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een inkomen op het sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven. Bevoegdheid gemeenten In artikel 36, eerste lid, is de basis voor de langdurigheidstoeslag opgenomen: Wijzigingen in de WWB Per 1 juli 2013 treedt een wetswijziging in werking waarbij het recht op de langdurigheidstoeslag niet eerder kan ingaan dan op datum aanvraag. Tot 1 juli 2013 bestond er recht op de langdurigheidstoeslag op het moment dat men langdurig (drie jaar) een laag inkomen had. Dit betekende dat ook met terugwerkende kracht in aanmerking kon komen voor deze toeslag. Doelgroep Volgens deze verordening komt iedereen met een inkomen tot 110% van de geldende bijstandsnorm in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag, ongeacht het soort inkomen. Hoogte van de toeslag Voor de bepaling van de hoogte van de toeslag wordt uitgegaan van een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm en per 1 januari van het toepasselijke kalenderjaar. Hierdoor hoeft het bedrag van de toeslag niet jaarlijks aangepast te worden aan de wijziging in de normbedragen van de WWB. Langdurig De huidige referteperiode is 3 jaar, een periode waarvoor ook door het Nibud is aangegeven dat de reserveringsmogelijkheden minimaal worden. Ook sluit dit aan bij het Amstelveens minimabeleid, waarbij onder andere bij de “Regeling duurzame gebruiksgoederen” ook is gekozen voor een periode van 3 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel