Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 21.

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen 2014

Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college; De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan; Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen; Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of beplantingen op algemene graven en particuliere graven geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker; Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, of van heesters of andere beplantingen, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker; Op algemene graven kan slechts een grafbedekking worden aangebracht indien het graf volledig gebruikt is; Het is niet toegestaan losse voorwerpen op, bij of achter een graf te plaatsen; Het college is bevoegd een grafbedekking voor haar rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is; Het plaatsen van asbussen op een graf is niet toegestaan, asbussen worden niet gekenmerkt als gedenkteken.

Rechtspraak bij dit artikel