Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 10

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingverordening 2014

1.Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aan de dag heeft gelegd door voorafgaande aan de aanvraag om bijstandsverlening, dan wel ten tijde van de bijstandsverlening; a.   het meer dan bescheiden vermogen op een onverantwoorde wijze ingeteerd heeft, of door eigen toedoen zijn recht op een voorliggende voorziening heeft verspeeld dan verlaagt het college de uitkering . De in het eerste lid  bedoelde verlaging wordt voor overtredingen genoemd onder a. vastgesteld op twintig procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor de duur van het aantal maanden dat geen beroep op een uitkering nodig zou zijn geweest indien wel op een verantwoorde wijze zou zijn ingeteerd op het meer dan bescheiden vrij  te laten vermogen, met een maximum van 36 maanden. 3.Indien een belanghebbende door eigen toedoen een voorliggende voorziening, anders dan meer dan bescheiden vermogen en algemeen geaccepteerde arbeid, niet heeft behouden dan verlaagt het college de bijstand met 100 procent gedurende 1 maand. 4.Indien een belanghebbende door eigen toedoen algemeen 4. geaccepteerde arbeid niet heeft behouden dan verlaagt het college de 4. bijstand met 100 procent gedurende 1 maand.

Rechtspraak bij dit artikel