Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 26

Verantwoording bij eenmalige subsidie van € 50.000,- of meer

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Oudewater 2013

1. Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na afronding van de gesubsidieerde activiteiten de volgende stukken in bij het college: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd (activiteitenverslag); b. een financieel verslag dat tenminste het volgende inhoudt: 1. een balans; naar de toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop; 2. een exploitatierekening, conform artikel 4:76, tweede tot en met het vijfde lid. Bij de exploitatierekening wordt dezelfde indeling gehanteerd als bij de begroting. 2. Het financieel verslag moet uiterlijk zes maanden na afronding van de gesubsidieerde activiteiten voorzien zijn van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 4:78 Awb is van overeenkomstige toepassing. 3. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en stukken, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. 4. Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde stukken niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen. 5. Het college kan besluiten dat de verplichtingen uit het tweede lid voor een bepaalde categorie subsidieontvangers niet gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel