**1.** Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd, dient de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na afronding van de gesubsidieerde activiteiten de volgende stukken in bij het college:
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd (activiteitenverslag);
b. een financieel verslag dat tenminste het volgende inhoudt:
1. een balans; naar de toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;
2. een exploitatierekening, conform artikel 4:76, tweede tot en met het vijfde lid. Bij de exploitatierekening wordt dezelfde indeling gehanteerd als bij de begroting.
**2.** Het financieel verslag moet uiterlijk zes maanden na afronding van de gesubsidieerde activiteiten voorzien zijn van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 4:78 Awb is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en stukken, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
**4.** Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid bedoelde stukken niet tijdig bij het college indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen.
**5.** Het college kan besluiten dat de verplichtingen uit het tweede lid voor een bepaalde categorie subsidieontvangers niet gelden.
Hoofdstuk 3
Artikel 26
Verantwoording bij eenmalige subsidie van € 50.000,- of meer
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Oudewater 2013