Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Datum, vraagstelling en procedure

Onderdeel van REFERENDUMVERORDENING 2013 GEMEENTE OEGSTGEEST

1.. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. 2.. De raad stelt de vraagstelling van het referendum vast, tenzij de raad op de voet van artikel 2 lid 2 besloten heeft het vaststellen van de vraagstelling van het referendum op te dragen aan de referen-dumcommissie. 3.. In het raadplegend referendum wordt aan de stemgerechtigden ge-vraagd of zij voor of tegen een mogelijk door de raad te nemen be-sluit zijn, dan wel wordt aan hen de keuze uit een aantal alternatie-ven voorgelegd. Bij de keuze uit meerdere alternatieven wordt dui-delijk aangegeven hoe de uitslag wordt vastgesteld. 4.. Bij een keuze uit meerdere alternatieven kan de raad besluiten tot het houden van een tweede stemronde over de twee varianten met de meeste stemmen. Op een tweede stemronde zijn de bepalingen van deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepas-sing. 5.. Het college is verantwoordelijk voor de organisatie van het referen-dum en de communicatie. 6.. De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken bij het referendum zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel