Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf. c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. d. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen. e. seizoen: een aaneengesloten periode van meer dan zes weken. f. scoutingterrein: een terrein of accommodatie welke is opgenomen in de accommodatiegids op www.scouting.nl g. groepsaccommodatie: accommodatie met ten minste 20 slaapplaatsen die logies verstrekt aan personen in groepsverband.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel