Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2007

In deze verordening wordt verstaan onder: Weg: De weg overeenkomstig artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; Bebouwde kom: De bebouwde kom of kommen waarvan de raad de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet; Rechthebbende: Een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; Motorrijtuigen: Alle rij- en voertuigen die door een mechanische kracht worden voortbewogen, met uitzondering van treinen; Horeca-inrichting: Een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet en een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; College: College van Burgemeester en Wethouders; Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder a; Inzameling: Onder een inzameling wordt mede verstaan het bij het aanbieden van geschreven of gedrukte stukken, snuisterijen en versnaperingen, alsmede van andere dergelijke zaken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of zaken indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd; Alcoholhoudende drank: dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet; Paracommerciële rechtspersoon: dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet; Handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel