Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg naar een weg te maken, te hebben, of te wijzigen.
Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien de uitweg gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg, of voor het doelmatig en veilig gebruiken daarvan, of de leefbaarheid van de omgeving aantast.
Dit artikel geldt niet voor wegen die in het beheer zijn bij het rijk of de provincie.
Uitwegen, waarvoor op grond van vervallen voorschriften vergunning is verleend of die zijn aangelegd met in achtneming van artikel 13, zoals dat luidde voor de vijfde wijziging van deze verordening, worden geacht met vergunning te zijn aangelegd.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 1. › Paragraaf 4.
Artikel 13.
Maken en veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2007