De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
indien de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn danwel bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Intrekking of wijziging van vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2007