Naar hoofdinhoud
In deze paragraaf wordt eerst wat dieper op de maatschappelijke ontwikkelingen ingegaan. Maatschappelijke ontwikkelingen. a. De toegenomen professionalisering en criminalisering binnen de drugswereld. De productie van softdrugs (hennepteelt) is grootschalig geworden en heeft de laatste jaren een sterke professionaliseringslag doorgemaakt. Net als de harddrugsproductie vindt ook de hennepteelt tegenwoordig vaak in georganiseerd verband plaats. De productiemethoden worden steeds verfijnder en de hoeveelheid werkzame stof THC in wiet is sterk toegenomen. De geproduceerde hoeveelheden zijn zo omvangrijk dat vanuit Nederland steeds meer softdrugs worden geëxporteerd. Niet zelden levert de hennepteelt brandgevaar op door illegaal aftappen van elektriciteit, tevens wordt stank- en wateroverlast veroorzaakt. Een en nader vormt reden om de georganiseerde drugscriminaliteit krachtig samen met partners in een ketenaanpak te bestrijden. b. Geïntensiveerde samenwerking in het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Op basis van het door het ministerie van BZK opgestelde programma ‘Bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad’ zijn regionale informatie en expertisecentra tot stand gekomen. De RIEC’s hebben een structuur met landelijke dekking. De noordelijke regio (Groningen, Friesland en Drenthe) werkt samen in het RIEC Noord. Het RIEC Noord ondersteunt de gemeenten bij het inzetten van het bestuurlijk instrumentarium om de georganiseerde misdaad te bestrijden en faciliteert het samenwerkingsverband van de gemeenten, de politieregio’s, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst – Economische Controledienst (FIOD-ECD), de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD) en het Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (RCF). Doelen zijn het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het bevorderen van zinvolle afwegingen voor een bestuurlijke, strafrechtelijke of fiscale aanpak (of een combinatie van interventies). Een en ander moet leiden tot een adequate en geïntegreerde aanpak op lokaal niveau. Naast maatschappelijke hebben er ook juridische ontwikkelingen plaatsgevonden die dwingen tot aanpassing van het gevoerde drugsbeleid. Juridische ontwikkelingen Ontwikkelingen op wetgevingsterrein en in de jurisprudentie Tot 1 november 2007 was de bevoegdheid in art. 13b Opiumwet slechts toepasbaar op voor het publiek toegankelijke lokalen, sinds die datum kan de burgemeester deze last onder bestuursdwang inzetten in geval van overtreding van de Opiumwet in woningen of lokalen, of daarbij behorende erven. Uit de tekst van art. 13b Opiumwet werd aanvankelijk afgeleid dat alleen de verkoop, het afleveren en/of de verstrekking van drugs dan wel het hiertoe voorhanden hebben met deze bevoegdheid zouden kunnen worden aangepakt en niet de hennepteelt. Recent is binnen de jurisprudentie echter aangenomen dat de aanwezigheid van een handelsvoorraad nog niet geoogste planten ook met deze bevoegdheid kan worden aangepakt (Rb. Roermond 27 juli 2011, LJN: BR3945; Rb. Utrecht dec. 2011, LJN: BV0187). Omgekeerd heeft zich met betrekking tot art. 174a Gemeentewet een jurisprudentiële ontwikkeling voorgedaan op basis waarvan het sluiten van een woning met behulp van deze bevoegdheid aan zodanig strenge voorwaarden onderhevig is, dat toepassing ervan slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen denkbaar is. Gelet op de verruimde toepassingsmogelijkheid van art. 13b Opiumwet zal de burgemeester bijna altijd optreden op grond van art. 13b Opiumwet. Een uitzondering is denkbaar in het geval van de zogenaamde drugsverslaafdenpanden, waarin drugs worden gebruikt maar niet worden verhandeld. De gebruikers veroorzaken een aantasting van de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving van die woning. b. Aanscherping gedoogcriteria coffeeshops (onder voorbehoud Bij brief van 27 mei 2011 (Kamerstukken II 2010/11, 24 077, nr. 259), gevolgd door de brief van 26 oktober 2011 (Kamerstukken II 2010/11, 24 077, nr. 265), heeft de regering haar voorgenomen aanscherping van het softdrugsbeleid uiteengezet. Als gevolg hiervan is per 1 januari 2012 een wijziging doorgevoerd in de Aanwijzing Opiumwet (2011AO13). De bestaande AHOJ-G gedoogvoorwaarden zijn aangevuld met het besloten clubcriterium en het ingezetenencriterium. Coffeeshops dienen verenigingen te worden waarvan alleen ingezetenen in Nederland lid kunnen worden. Met dit aangescherpte coffeeshopbeleid wordt eerst ervaring opgedaan in de drie zuidelijke provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. Eén jaar na deze start –voorzien per 1 januari 2013 – zou dit nieuwe coffeeshopbeleid over de rest van het land worden uitgerold. Voorts zal per 1 januari 2013 de verkoop van wiet met een THC-gehalte van boven de 15% niet langer worden gedoogd. Zodanige wiet is geplaatst op de lijst van hard drugs. tevens zal per 1 januari 2014 ook nog een afstandscriterium in de Aanwijzing Opiumwet worden opgenomen. De minister van veiligheid en justitie heeft alle burgemeesters en de korpschefs van de regiopolitie bij brief van 22 december 2011 over de invoering van het aangescherpte beleid geïnformeerd. Na de evaluatie van bovengenoemde pilot met betrekking tot een aanscherping van het coffeeshopbeleid heeft de minister V&J mede door de invloed van het regeerakkoord van 29 oktober 2012 besloten de uitvoering van het beleid te vereenvoudigen. Doelstelling van het landelijke coffeeshopbeleid is de overlast en criminaliteit die verband houdt met coffeeshops en de drugshandel tegen te gaan. Coffeeshops moeten kleiner en beheersbaar worden, o.a. door de aantrekkingskracht voor niet-ingezetenen terug te dringen. Het landelijk kader voor het Nederlandse gedoogbeleid wordt gevormd door de Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet van het OM. Het gedoogbeleid houdt in dat coffeeshops niet strafrechtelijk zullen worden vervolgd als ze zich houden aan de AHOJG-criteria die in de Aanwijzing zijn opgenomen. Met ingang van 1 januari 2013 is het ingezetenen (I)-criterium eraan toegevoegd. Het besloten club (B)-criterium is komen te vervallen. Voorts heeft de minister aangegeven dat het lokaal bestuur de regie voert over het lokale coffeeshopbeleid en dit vaststelt. De lokale driehoek stelt een handhavingsplan op om het optreden van het lokale bestuur, de politie en het OM op elkaar af te stemmen en stelt de prioriteiten ten aanzien van de dagelijkse handhaving, zodat sprake is van lokaal maatwerk

Rechtspraak bij dit artikel