De taak van het dagelijks bestuur is:
a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen;
b. het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;
c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de regeling;
d. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
e. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van de regeling, alsmede op al wat de regeling aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden;
f. het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel, met uitzondering van de directeur;
g. het behartigen van de belangen van de regeling bij andere overheidslichamen en instellin-gen, diensten of personen, waarmee contact voor de regeling van belang is.