Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Bevoegdheden van het algemeen bestuur

Onderdeel van gemeenschappelijke regeling samenwerking De Bevelanden

1. Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2. De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar: a. het aanwijzen van een voorzitter en diens plaatsvervanger en de overige leden van het dagelijks bestuur; b. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzingen en de jaarstukken; c. het vaststellen van een reglement van orde; d. het vaststellen van regels met betrekking tot de organisatie van de financiële administra-tie en van het beheer van de geldmiddelen als bedoeld in artikel 27 van deze regeling; e. het vaststellen van een regeling houdende de rechtspositie van het bij de gemeen-schappelijke regeling in dienst zijnde personeel; f. het vaststellen van een regeling tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en een regeling voor de behandeling van klachten als be-doeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; g. het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze ge-meenschappelijke regeling; h. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur; i. het vaststellen van een instructie voor de in het vorige lid bedoelde directeur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel