Ook voor het vervoer naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt dat bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer in principe uitzondering is. Wel moet de toegankelijkheid van het (voortgezet) speciaal onderwijs gewaarborgd blijven. Daar waar vervoer, openbaar of aangepast, noodzakelijk is, moet dit op passende wijze kunnen plaatsvinden. In artikel 16 van de Verordening zijn deze waarborgen verankerd.
Onderdeel 1a. De handicap van de leerling vereist aangepast vervoer
Onderdeel 1b. Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf uur
Het college verstrekt ook bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer, indien de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug meer dan ten minste anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer redelijkerwijs tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht.
Onderdeel1c. Openbaar vervoer ontbreekt
Artikel 16, eerste lid, onder c, van de Verordening geeft een derde mogelijkheid om aanspraak te maken op bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer. Dit lid bepaalt dat het college de kosten van het aangepast vervoer bekostigt, indien openbaar vervoer ontbreekt.
Tevens kan het voorkomen dat het openbaar vervoer zo weinig frequent rijdt dat de leerling daarvan geen gebruik kan maken. Echter, voordat het college beslist dat bekostiging van het aangepast vervoer verleend wordt, kan het de mogelijkheden onderzoeken zoals in de toelichting op artikel 12 is uitgewerkt. Ook kan het college bepalen dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per (brom)fiets. Het college kan het advies van de commissie voor de begeleiding en eventueel het advies van andere deskundigen daarover vragen.
Als de leerling gebruik dient te maken van een aangepaste fiets of driewieler of met behulp van een tandem naar school gaat (als er een zogenaamde voorrijder aanwezig is), kunnen de ouders op grond van de Wet WIA bij het UWV een tegemoetkoming in de aanschafkosten vragen.
De hoogte van de bekostiging van aangepast vervoer is uiteraard afhankelijk van een eventueel drempelbedrag en een bijdrage afhankelijk van het inkomen van de ouders (wat betreft het vervoer naar een school voor speciaal voortgezet onderwijs).
Medische begeleiding
Gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de medische begeleiding in het leerlingenvervoer. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zwolle (Rechtbank Zwolle, 21 november 2007 Awb 06/1788, LJN: BB8810). De gemeente stelde in het verweer dat vervoer iets anders is dan (medische) zorgverlening. De rechter vindt dit geen beperkte uitleg van de wettelijke bepalingen. De medische begeleiding hoort volgens de rechtbank thuis in het zogenaamde 2e compartiment (tot 1 januari 2006 de Ziekenfondswet en sinds die datum de Zorgverzekeringswet -de AWBZ).
In het verleden is de gemeente wel verantwoordelijk gesteld voor medische begeleiding (Uitspraak Raad van State van 8 oktober 1990; R03.90.3061/Sp. 179). In deze uitspraak was het college gehouden de (salaris)kosten van een begeleider in aangepast vervoer te bekostigen, met betrekking tot een leerling die constant op de ondersteuning van een deskundige op het gebied van speciale medische apparatuur was aangewezen. Dit betrof echter een zeer uitzonderlijk geval.
Advisering
Op grond van artikel 16, tweede lid, van de Verordening dient het college indien het de gevraagde voorziening niet of slechts gedeeltelijk toekent het advies te vragen aan een medisch bureau. Dit zal dan moeten beoordelen of de leerling, gezien zijn lichamelijke, psychische, zintuiglijke of verstandelijke handicap, niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Hoofdstuk
Artikel 16
Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer
Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer gemeente Veendam 2013