Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid
van de wet schriftelijk.
Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige
bedoeld in artikel 3 in de gemeentelijke basisadministratie is
ingeschreven, of persoonlijk overhandigd.
In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
aan die voorziening worden verbonden.
De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk
mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
aanvaardt, neemt het college binnen vier weken na ontvangst van
deze mededeling het besluit tot vaststelling van de
inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening overeenkomstig
het gedane aanbod.
HOOFDSTUK 3
Artikel 7
De procedure van het doen van een aanbod
Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2013