Uit het informatiesysteem blijkt te allen tijde waar de informatie zich bevindt of wanneer deze is overgebracht, uitgeleend, vernietigd of vervreemd.
Van informatie wordt vastgelegd wanneer deze is ontvangen of opgemaakt, wie de afzender of vervaardiger is, op welk werkproces het betrekking heeft, de samenhang met andere informatie, wat de status en het ontwikkelingsstadium van deze informatie is en wanneer en aan wie welk exemplaar is verzonden.
Van verzonden informatie wordt een minuut bewaard.
Van informatie worden kenmerken zodanig vastgelegd dat deze met behulp daarvan op eenvoudige wijze kan worden teruggevonden en binnen redelijke termijn leesbaar is.