Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Regeling

1.. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden. 2.. De minister wijst drie leden aan. 3.. De Raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen wijzen uit hun midden, de voorzitters van die Raden en die algemene besturen inbegrepen, of uit de kring van wethouders, gezamenlijk drie leden aan. 4.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden of van de algemene besturen van de waterschappen afloopt. 5.. Het lidmaatschap van de leden die door de Raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden bij de Raad, de kring van wethouders dan wel het algemeen bestuur, of het voorzitterschap, van het waterschap. 6.. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen. 7.. De Raden van de gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de Raden over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid. 8.. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de betrokken minister of Raden en algemene besturen zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 9.. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 10.. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.