Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 2.3.4.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van "Beleidsregel ter zake een maximumstelsel” (toezicht op smartshops, headshops, growshops e.d.)

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen b. headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes c. growshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de hoofdactiviteiten wordt gevormd door detailhandel in kweekbenodigdheden, zoals meststoffen, bestrijdingsmiddelen, plantenvoeding, kweek van hennep, cannabis dan wel soortgelijke planten d. belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer, (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante diensten e. internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer dan wel aanverwante diensten f. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van een smartshop, headshop, growshop, belshop/belwinkel of internetcafé g. exploitant: degene die een inrichting exploiteert

Rechtspraak bij dit artikel