Indien een deelnemer, zonder zijn dienstbetrekking te beëindigen of zonder een beroep te doen op artikel 6, binnen vier jaar verzoekt om de deelname aan de spaarregeling te beëindigen, dan kan hij er voor kiezen om zijn reeds gespaarde bedrag te laten staan en na de spaartermijn erover gaan beschikken of het gespaarde bedrag opvragen. In dit laatste geval moet de werkgever de gespaarde bedragen alsnog belasten. De periode van vier jaar is in de belastingwetgeving bepaald.