**1.** Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
wordt verstaan onder:
ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is
aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede
hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is
aangegaan;
functie: het geheel van werkzaamheden dat door
de ambtenaar is te verrichten conform artikel 3:1;
pensioenwet:de Algemene burgerlijke pensioenwet,
zoals die gold tot en met 31 december 1995;
pensioen: een pensioen in de zin van het
pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van
het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door
de ambtenaar arbeid moet worden verricht;
arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die
voor de ambtenaar voor een bepaalde dag is vastgesteld;
formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur
volgens de aanstelling;
feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur
zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is
vastgesteld;
vervallen;
arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide
formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen;
dienstverband: een aanstelling voor bepaalde of
onbepaalde tijd, of een oproepovereenkomst;
overwerk: werkzaamheden die de ambtenaar, voor
wie de bijzondere werktijdenregeling geldt, in
dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per
week;
werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet
verrichten;
werktijd: de periode tussen vastgestelde
tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet
worden verricht;
uurloon: 1/156 gedeelte van het - zo nodig naar
een volledig dienstverband herberekende - salaris van de
ambtenaar per maand;
Zvw: de Zorgverzekeringswet
CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor
de sector gemeenten;
UWO: Uitwerkingsovereenkomst;
vervallen;
vervallen;
LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke
Arbeidsvoorwaarden;
WAO: de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschikt in de
zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO;
WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;
WIA:Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
IVA: Regeling inkomensvoorziening volledig
arbeidsongeschikten;
IVA-uitkering: de uitkering bij volledige en
duurzame arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA;
WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk
arbeidsgeschikten;
WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering
gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de WIA;
WAJONG:Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
voor jong gehandicapten;
WAZ:Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen;
Wazo:Wet arbeid en zorg;
SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie
Werk en Inkomen;
uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling
als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
pensioenreglement: het pensioenreglement van de
Stichting Pensioenfonds ABP;
WPA: de Wet privatisering ABP;
vervallen;
vervallen;
volledig dienstverband: een dienstverband waarvan
de arbeidsduur per jaar 1836 uur bedraagt en de formele
arbeidsduur per week 36 uur bedraagt. Bij een deeltijd
dienstverband bedraagt de arbeidsduur minder dan 1836 uur
per jaar en de formele arbeidsduur minder dan 36 uur per
week
ZW: de Ziektewet;
ZW-uitkering: ziekengeld of uitkering krachtens
de ZW;
UWV: het Uitvoeringsinstituut
Werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de
wet SUWI.
Salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal
aan de ambtenaar is toegekend, naar evenredigheid van diens
formele arbeidsduur.
Salaristoelagen: de in paragraaf 3 van hoofdstuk
3 genoemde toelagen te weten: de functioneringstoelage, de
waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de
buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst,
de inconveniententoelage, de arbeidsmarkttoelage, de
garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de medewerker
zijn toegekend. Deze werden tot 1 januari 2016 tot de
bezoldiging gerekend.
Functieschaal: de salarisschaal die bij een
functie hoort;
Periodiek: het maandbedrag in een salarisschaal;
Salarisschaal: een reeks maandbedragen als
opgenomen in de bijlage bij dit hoofdstuk;
Achterblijvende Partner: weduwe, weduwnaar,
geregistreerd partner van de overleden ambtenaar, of de
ongehuwde partner die een samenlevingscontract had met de
overleden ambtenaar.
**2.** Tot de openbare dienst van de gemeente behoren alle diensten en
bedrijven door de gemeente beheerd.