Controle op e-mail- en intenetgebruik vindt slechts plaats in het kader
van in artikel 1:4:0:3 genoemde doelen. Deze doeleinden stellen
beperkingen aan de omvang en wijze van controle;
Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van e-mail- en
internetfaciliteiten wordt zo veel mogelijk softwarematig onmogelijk
gemaakt.
Controle vindt in beginsel plaats op het niveau van getotaliseerde
gegevens die niet herleidbaar zijn tot individuele personen. Indien een
werknemer of een groep werknemers ervan wordt verdacht de regels te
overtreden, kan gedurende en vastgestelde (korte) periode gerichte
controle plaatsvinden;
Controle beperkt zich in principe tot verkeersgegevens van het gebruik
van e-mail en internet. Als verdenking blijft bestaan wordt de e-mail
gescand op het voorkomen van ontoelaatbare afbeeldingen en woorden.
Alleen indien uit die laatste controle een ernstige verdenking blijft
bestaan, wordt de e-mail ingezien en inhoudelijk gecontroleerd op
toelaatbaarheid.
Van elke controle op individueel niveau wordt de betrokkene zo spoedig
mogelijk na de controle door de controleur (gegevensverwerker) in kennis
gesteld van de controle en het doel daarvan.
Werknemers ten aanzien van wie geconstateerd is dat zij zich niet aan
deze regeling houden, worden zo spoedig mogelijk door de leidinggevende
op hun gedrag aangesproken.
E-mailberichten van leden van OR onderling, van bedrijfsartsen en van
eenieder die zich op grond van zijn functie op enige vertrouwelijkheid
moet kunnen beroepen, worden niet gecontroleerd.