De algemeen directeur stelt, na overleg met de ondernemingsraad, vast
voor welke personeelsleden een kledingvoorziening getroffen wordt, en in
welke vorm deze kledingvoorziening plaatsvindt. Hij bepaalt eveneens, na
overleg met de ondernemingsraad, en met inachtneming van het bepaalde in
dit reglement de frequentie van de kledingvergoeding, het bedrag van de
kledingtoelage en al het overige dat in dit kader nadere regeling
behoeft.
Indien de algemeen directeur omtrent een aangelegenheid de
kledingvoorziening betreffende geen overeenstemming bereikt met de
ondernemingsraad legt hij een en ander ter beslissing aan het college
van burgemeester en wethouders voor, onder vermelding van de beide
standpunten en de gehanteerde argumenten.