De algemeen directeur stelt het college van burgemeester en wethouders
in kennis van de door hem getroffen kledingvoorziening. Jaarlijks voor 1
maart doet hij het college van burgemeester en wethouders een opgave van
de kosten van de kledingvoorziening voor de gehele organisatie en
gemiddeld per kledinggerechtigde over het voorafgaande jaar, alsmede een
kostenraming voor het volgend jaar.
Op basis van de lid 1 genoemde gegevens is het college van burgemeester
en wethouders gerechtigd de kledingvoorziening voor een sector aan een
maximumbudget per jaar te binden.
Omtrent de opgave als bedoeld in lid 1 pleegt de algemeen directeur
overleg met de vergadering van het managementteam als bedoeld in de
organisatieverordening.