**1.** Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in
de zin van de CAR;
woongebied: een door het college aan te wijzen
gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente;
standplaats: de gemeente of het met name genoemde
deel daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn
werkzaamheden verricht;
gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde
partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en
pleegkinderen van de betrokkenen en/of van de echtgenoot,
geregistreerde partner voor zover zij samenwonen;
eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor
eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen
meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van
het bevoegde gezag;
berekeningsbasis: het twaalfvoud van het salaris
per maand inclusief eventuele salaristoelage(n), dan wel
hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem
van toepassing is - die betrokkene geniet op het
berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de
vakantieuitkering en in voorkomende gevallen vermeerderd
met:
genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk
10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering
krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;
genoten herplaatsingstoelage krachtens hoofdstuk 12
van het pensioenreglement;
berekeningstijdstip:
1e datum waarop de betrokkene verhuist;
2e indien de betrokkene verhuist voor de datum dat
de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van
ingang van de functievervulling;
3e bij het overlijden of ontslag van de betrokkene,
de datum waarop de laatste salarisbetaling heeft
plaatsgevonden;
verplaatsen en verplaatsing: veranderen
onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de
betrokkene in opdracht van het bestuursorgaan;
verplaatsingskostenvergoeding: tegemoetkoming in
de kosten van een verplaatsing, dan wel van een verhuizing
voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een
tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat
de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden;
dienstwoning: de door het bevoegde gezag aan de
betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie
aangewezen woning.
**2.** Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
genomen.