**1.** De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:
een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van
de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de
nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en
uitpakken van breekbare zaken;
een bedrag voor dubbel woonkosten, gelijk aan de
noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 310,51
per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten
hoogste voor vier maanden wordt verleend;
een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing
voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6.209,70.
**2.** Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen
huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is
bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de
berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum
van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met
dien verstande dat het maximumbedrag genoemd in het eerste lid,
onderdeel c, niet overschreden wordt.
**3.** Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de
echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin
van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of
zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis
vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking hebben
en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere werkgever die
aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de
berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een
voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de
hoogste berekeningsbasis.
**4.** Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen
tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend.
Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor
deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van
de berekeningsbasis.