Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet
tegen het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De
vergoeding bedraagt 20% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand
voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor
zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop
de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die
daarboven door burgemeester en wethouders wordt aangewezen en 10% van
dat salarisgedeelte voor elk uur, waarin hij zich ter beschikking moest
houden, indien deze uren vielen op andere dagen.
Indien men, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, tijdens de
wachtdienst niet strikt aan huis gebonden is, bedraagt de vergoeding
108,6% van het voor de desbetreffende ambtenaar geldende uurloon. De
uitbetaling vindt zo spoedig mogelijk plaats.