Voor de bepaling van de waarde van de brutolooncomponenten zoals
bedoeld in artikel 4a:3:2:1 onderdeel g. geldt als
berekeningsbasis de maand januari van het kalenderjaar waarin
aan de regeling wordt deelgenomen,
De waarde van een uur ingevolge artikel 4a:3:2:1 onderdeel d.
komt bij een volledige betrekking overeen met het bruto bedrag
gelijk aan 1/156 van het van toepassing zijnde
schaalbedrag,
De waarde ingevolge artikel 4a:3:2:1 onderdelen e. en f. komt
overeen met het bruto bedrag van de reservering.