Burgemeester en wethouders kunnen per kalenderjaar maximaal 5 werkdagen
aanwijzen, waarop de dienst is gesloten en de ambtenaren verplicht zijn
vakantieverlof op te nemen. Onder vakantieverlof wordt in dit verband
verstaan de verlofuren, zoals omschreven in voorgaande artikelen van dit
hoofdstuk, dan wel de uren die zijn opgebouwd in het kader van het
werktijdregistratiesysteem.
De aanwijzing van de onder lid 1 genoemde dagen geschiedt, nadat
instemming van de Ondernemingsraad is verkregen en dient plaats te
vinden vóór 1 december voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de
aanwijzing betrekking heeft.