Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 28:1:1:7

Overeenkomst van levensverzekering

Onderdeel van CAR/UWO

Onder "overeenkomst van levensverzekering" in artikel 28:1:1:6, eerste lid, onderdeel b wordt verstaan een overeenkomst die: voldoet aan het gestelde in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, en is aangegaan met een verzekeraar in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel g, Wet toezicht verzekeringsbedrijf, en is gesloten door de deelnemer dan wel zijn echtgeno(o)t(e) c.q. levenspartner als bedoeld in artikel 21:1:1 op het leven van de deelnemer of op dat van zijn echtgeno(o)t(e) c.q. levenspartner als bedoeld in artikel 21:1:1, dan wel is gesloten op het leven van de kinderen, waarvoor de deelnemer recht op kinderbijslag heeft ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; een looptijd heeft van tenminste vier jaren, voorzover het tijdstip van uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde. Hierbij geldt dat de verzekeringsovereenkomst in ieder geval een uitkering bij in leven zijn van de verzekerde dient te omvatten. Voor de toepassing van artikel 7, onderdeel b, blijft buiten beschouwing een overeenkomst van levensverzekering tot stand gekomen in het kader van een pensioenregeling in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet. De polis moet onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer of van dienst echtgeno(o)t(e) c.q. levenspartner als bedoeld in artikel 21:1:1. Indien de overeenkomst van levensverzekering een lijfrente betreft, dient de datum waarop de lijfrentetermijnen ingaan niet eerder te liggen dan na het vierde jaar nadat de premies voor deze verzekering zijn voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel