De leden van de commissies zoals genoemd in de bij deze verordening behorende bijlage “Lijst van door de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester ingestelde commissies als bedoeld in artikel 3”, die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie een vergoeding van:
90% van het door de minister vastgestelde maximum, zoals dat op basis van het Rechtspositiebesluit door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld, in tabel II voor een gemeente in klasse 3 indien de commissie voorkomt in categorie I van de bij deze verordening behorende lijst;
180% van het door de minister vastgestelde maximum, zoals dat op basis van het Rechtspositiebesluit door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld, in tabel II voor een gemeente in klasse 3 indien de commissie voorkomt in categorie II van de bij deze verordening behorende lijst een nader door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vergoeding, indien de commissie voorkomt in categorie III van de bij deze verordening behorende lijst.
Hoofdstuk
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden, burgerraadsleden en commissieleden 2013