**1..** Onverminderd artikel 4, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie als bedoeld in artikel 10, sub 1;
tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie als bedoeld in artikel 10, sub 2;
twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie als bedoeld in artikel 10, sub 3;
Indien de belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 10, sub 4 onder a;
honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 10, sub 4 onder b, c en d
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt blijvend een maatregel opgelegd bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 10 sub 4 onder e. De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door dit gedrag verloren bruto inkomen.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt, met uitzondering van het eerste lid sub e, verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
**4..** Bij herhaalde recidive binnen de twaalf maanden als bedoeld in het tweede lid wordt de duur van de maatregel vastgesteld op de periode, waarin de belanghebbende niet voldoet aan de verplichting(en).
Hoofdstuk 2
Artikel 11.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2010