**1..** Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een maatregel op van 5 procent van de uitkeringsnorm, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering.
**2..** Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**3..** De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
**4..** Van een maatregel wordt afgezien zodra ter zake de gedraging strafvervolging is ingesteld óf indien het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
Hoofdstuk 3
Artikel 14.
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2010