Voordat een verlaging wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
college, of van een derde aan wie het college met toepassing
van artikel 11, vierde lid, van de wet werkzaamheden in het
kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde
termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel
44 van de wet;
het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet
noodzakelijk is voor het vaststellen van de ernst van de
gedraging, van de mate van verwijtbaarheid en van de
persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, wordt met het
niet binnen de gestelde termijn verstrekken van inlichtingen
gelijkgesteld, het geen gevolg geven aan een oproep voor een
onderzoek dat in het kader van de wet noodzakelijk geacht kan
worden, waaronder begrepen de medewerking aan een huisbezoek.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 24
Horen van de belanghebbende
Onderdeel van Verordening wet investeren in jongeren Gemeente Capelle aan den IJssel 2010