**1..** Wet: De stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden.
**2..** Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder c van de Woningwet
**3..** Bedrijfsgebouw: elk gebouw dat op grond van:
a. een op of na de peildatum voor het agrarisch bedrijf c.q. veehouderij vigerende milieuvergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, dan wel;
b. een op of na de peildatum voor het agrarisch bedrijf c.q. veehouderij vigerende melding op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, gebruikt wordt of kan worden voor bedrijfsmatige activiteiten.
**4..** Kleinschalige nevenactiviteit, is een activiteit of meerdere activiteiten:
a. die aantoonbaar wordt uitgeoefend door en voor rekening van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon die de agrarische hoofdactiviteit uitvoert
b. in een bedrijfsgebouw of in een duidelijk begrenst terreingedeelte waarbij één of meerdere personen gedurende meerdere uren per dag in het gebouw, respectievelijk op het terrein verblijven;
c. waarbij maximaal 40% van de oppervlakte van de aanwezige bedrijfsgebouwen wordt benut voor kleinschalige nevenactiviteiten met een maximum van 300m2.
d. Activiteiten plaatsvindend in de buitenlucht aansluitend aan de aanwezige bedrijfsgebouwen met dien verstande dat maximaal 1.000 m2 mag worden benut voor kleinschalige nevenactiviteiten
**5..** Peildatum: de datum 19 maart 2000. Een en ander overeenkomstig hetgeen is aangegeven en bedoeld in artikel 6 onder c van de Wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening Kleinschalige Neven Activiteiten Wet stankemissie veehouderijen